Educatie
Ontwikkeling huisvesting op Curaçao door Shell
De komst van de olieraffinaderij in 1915 op het schiereiland Isla in het Schottegat bracht veel werkgelegenheid met zich mee.
-
Oliedorpen
Door Diederik van Engelen
De komst van de olieraffinaderij in 1915 op het schiereiland Isla in het Schottegat bracht veel werkgelegenheid met zich mee. Hiervoor kwamen veel zogeheten employés en contractarbeiders van buiten Curaçao om zich hier te vestigen. Naast veel Antillianen en Nederlanders kwamen er arbeidsmigranten van Madeira, Suriname en uit het Caribisch Gebied, met name Sint Kitts, Sint Thomas en de Bovenwindse Eilanden. Met het bestaande woningaanbod kon deze aanwas op lange termijn niet worden gehuisvest; in de volgende 70 jaar zouden daarom verschillende ‘oliedorpen’ worden gebouwd, met elke een eigen karakter en invloed op het eiland zelf.
-
Schottegat rond 1887
Gezichtspunt vanuit het westen van het Schottegat.
Eerste bebouwing schiereiland Negropont
De eerste bouwfase was Negropont, een wooneiland midden in het Schottegat. Tussen 1915 en 1923 werden hier zo’n 12 woningen gebouwd. Daarna volgde een grote uitbreiding, maar van een georganiseerd geheel was nog amper sprake – zo bestonden er lange tijd geen straatnamen. Later werden de straten vernoemd naar Hollandse Meesters.
-
Ondanks de crisis van de jaren 1930 steeg het werknemersaantal tot over de achtduizend. Waar de eerste huizen vaak bungalows waren werd nu, om economischer met de ruimte om te gaan, in de hoogte gebouwd. Ook verschenen voor het eerst rijtjeswoningen op het eiland, een typisch Nederlandse, maar compleet nieuwe verschijning op Curaçao.
Collectie Van Leeuwen
Rond 1930 stonden er zo’n 200 woningen op Negropont. Tegenwoordig is hiervan niets meer terug te vinden, alleen de voormalige directeurswoning is overeind blijven staan; een pand dat in een willekeurige villawijk in Nederland niet zou misstaan.
-
suffisant
Na de oorlog volgde een derde grote bouwfase, die zou aanhouden tot halverwege jaren ’50. Waar eerder op Groot Piscadera al verdiepingswoningen waren gebouwd volgden nu 160 woningen in een wijk die de naam Julianadorp zou krijgen. Kenmerkend voor de bebouwing was dat alle huizen op de passaatwind georiënteerd waren, in tegenstelling tot de woningen uit de eerdere bouwfases. Het Hollandse bouwen had nu echt plaatsgemaakt voor bouwen in de tropen.
Een voor de oorlog aangelegd barakkenkamp te Suffisant voor buitenlandse contractarbeiders groeide in de jaren ’50 uiteindelijk uit tot twee echte dorpen; Surinamedorp en Suffisantdorp.
Suffisant in aanbouw, collectie Fischer
De (op last van het gouvernement) sterk gesegregeerde samenleving van het kamp zou worden overgenomen in de dorpen, met voor elke etnische groep bijvoorbeeld een eigen clublokaal. Het grootste deel van de woningen bestond uit zogeheten ‘vrijgezellenbungalows’, waarbij een woning werd gedeeld door alleenstaanden die of vrijgezel waren of wiens familie nog in het thuisland verbleef. Iedereen had een eigen slaapkamer en deelde een woonkamer. Een keuken was er niet, men moest eten in een van de gaarkeukens in de buurt. Ook hadden niet alle woningen een badkamer, daarvoor waren de bewoners toegewezen aan badhuizen. Na de verkoop van Suffisant door Shell in de jaren ’70 verdween de eenheid in architectuur en werden huizen naar eigen invulling verbouwd en beschilderd, met een kleurrijke wijk als resultaat.
Collectie Van Soest
-
1950-1970
In 1951 werd begonnen met de bouw van een nieuwe wijk voor lokale employés, in Cas Cora. De negentig woningen die gebouwd werden waren feitelijk prefab-woningen; vanuit Nederland werden de kant-en-klare onderdelen ingescheept. Na het topjaar 1952 was de raffinaderij over haar hoogtepunt heen en door, onder meer, de intrede van automatisering nam het werknemersaantal af en verdween de noodzaak tot nieuwbouw.
Cas Cora – links Radulphus College, collectie Fischer
Begin jaren ’70 kende de raffinaderij een korte opleving waardoor besloten werd een wijk met 160 woningen in Brievengat te bouwen, met de naam Schelpwijk. Waar eerdere projecten naast woningen ook andere voorzieningen (sportparken, winkels, eetgelegenheden, etc.) kenden kwam het in Schelpwijk destijds niet zo ver.
Foto: Hoofdkantoor Shell, collectie Fischer
Bronnen:
• Een Eeuw Architectuur op Curacao, Ronald G. Gill. Curacao, 1999. p. 25-44.
• Bulletin KNOB 92 (1993) 1-2. Orde Versus Chaos; Het Shell-tijdperk binnen de stadsgeschiedenis van Willemstad/Curacao (1920-1960), Mariette Kamphuis. p. 31-33.
• Buurtprofielen Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn uit 2008 http://www.gobiernu.cw/
• 100 Jaar Olie op Curaçao, Ton de Jong. 2015.
• 100 Jaar Raffinaderij op Curaçao, Max Scriwanek. 2015.